Gen Z vreest AI het meest, boomers het minst
Uit Randstad Workmonitor 2026: jongeren maken zich meer zorgen om AI dan oudere collega's. Wat dat betekent voor je HR-beleid.

De Randstad Workmonitor 2026, gepubliceerd begin dit jaar op basis van 27.000 werknemers en 1.225 bedrijven in 35 markten, leverde een opvallende bevinding op: uitgerekend Gen Z maakt zich het meest zorgen over de opkomst van AI op de werkvloer. Babyboomers voelen zich er juist het meest comfortabel bij. Dat is contra-intuïtief. De digitale generatie zou nieuwe technologie zonder aarzelen omarmen. Toch zijn het de jongste medewerkers die het hardst piepen. De verklaring zit in wat er op het spel staat: voor Gen Z veranderen de spelregels van hun carrière voordat die goed begonnen is.
Wat het onderzoek precies laat zien
Vier op de vijf ondervraagden verwacht dat AI hun dagelijkse taken opnieuw indeelt. Bij Gen Z ligt dat percentage hoger, en gaat het gepaard met scepsis over hoe die verandering uitpakt. Bijna de helft van de werknemers denkt dat AI voor bedrijven winstgevender kan zijn dan menselijke arbeid. 95 procent van de bedrijven verwacht groei in 2026, tegenover 51 procent van de werknemers. Die kloof in optimisme is scherper bij jongere respondenten.
Randstad meldt daarnaast dat de vraag naar AI-agent-vaardigheden in het afgelopen jaar met 1.587 procent groeide. Voor wie net op de arbeidsmarkt stapt, betekent dat een verschuivend startpunt. Wat vorig jaar een specialisatie was, is dit jaar basisverwachting.
Waarom juist Gen Z terugdeinst
Het patroon is minder paradoxaal dan het lijkt. Gen Z is opgegroeid met digitale tools en heeft ook gezien hoe snel platforms verdwijnen en hoe abrupt banen kunnen verschuiven. Oudere generaties zien AI als productiviteitshulp bij een carrière die al vaststaat. Jongeren zien het als kracht die hun instap-baan wegvreet.
Dat sluit aan bij eerder onderzoek waarover we schreven. PwC analyseerde een miljard vacatures en zag dat AI-vaardigheidseisen fors stijgen. De inhoudelijke beoordeling verschuift naar de jongere medewerkers zelf, die dus meer verantwoordelijkheid dragen op een moment dat ze het minst zekerheid voelen.
Wat dit betekent voor je HR-beleid
Als directie of manager kun je makkelijk voorbijgaan aan de zorgen van de jongste medewerkers. Ze klagen niet luid en uploaden geen open brief. Toch daalt hun betrokkenheid eerder dan die van senior collega's. Dat is een bedrijfsrisico dat pas zichtbaar wordt als het talent al vertrokken is.
Anthropic ondervroeg 81.000 AI-gebruikers over hun hoop en angst. De uitkomst was verrassend persoonlijk: mensen willen vooral een eerlijkere kans op de arbeidsmarkt en het gevoel dat ze zelf blijven nadenken. Die behoefte kruist met wat Randstad meet: de kloof tussen bedrijfsoptimisme en werknemerszorg.
Drie dingen zijn concreet aan te pakken. Laat leidinggevenden expliciet met jongere medewerkers bespreken welke stappen ze in de organisatie kunnen zetten in een AI-gedreven werkveld. Investeer in interne mobiliteit, zodat de eerste baan geen eindstation is als taken verdwijnen. En maak transparant welke functies je juist uitbreidt door AI, samen met de functies die je automatiseert.
Wekelijkse inzichten in je mail.
Dilemma's, doorbraken en blinde vlekken uit onze AI-praktijk.
De vergelijkbare aarzeling elders
De Gen Z-scepsis staat niet op zichzelf. In hetzelfde tijdvak verscheen onderzoek dat laat zien dat ook vrouwen consequent sceptischer zijn over AI dan mannen. Ook daar bepaalt de risico-inschatting het beeld. Groepen met minder werkzekerheid ervaren AI eerder als bedreiging. Waar de baan onzeker is, groeit de terughoudendheid.
Voor organisaties is dat waardevolle informatie. Wie in AI investeert zonder oog voor wie de scherpste risico's draagt, houdt de winst niet vast. Wil je weten hoe je adoptie en zorgen tegelijk aanpakt? Plan een kennismaking, we denken graag mee.


