Waarom je medewerkers AI anders gebruiken dan je denkt

Anthropic interviewde 81.000 AI-gebruikers over hun hoop en angst rond AI. De uitkomsten zijn verrassend persoonlijk.

Gert-Jan Lasterie· 19 maart 2026· 7 min· de praktijk
Luister het artikel

Wat willen mensen van AI? Niet betere prompts of snellere modellen, maar meer tijd voor hun kinderen, een eerlijkere kans op de arbeidsmarkt, en het gevoel dat ze weer zelf nadenken. Dat blijkt uit het grootste kwalitatieve AI-onderzoek ooit: 81.000 diepte-interviews, uitgevoerd door Anthropic via een speciaal getrainde AI-interviewer. De resultaten tekenen een beeld dat verder gaat dan productiviteit. Ze laten zien wat er gebeurt als technologie diep verweven raakt met het dagelijks leven van mensen, inclusief de ongemakkelijke bijeffecten.

Het onderzoek: AI als interviewer op schaal

In december 2025 nodigde Anthropic alle Claude-gebruikers uit voor een gesprek met een speciaal getrainde AI-interviewer. Geen enquête met multiple-choice-vragen, maar een open conversatie over hoe mensen AI gebruiken, wat ze ervan hopen en waar ze bang voor zijn. Ruim 80.000 mensen uit 159 landen en 70 talen namen deel. Dat maakt het volgens Anthropic het grootste en meest meertalige kwalitatieve onderzoek ooit uitgevoerd.

De methode is op zichzelf al opmerkelijk. Waar traditioneel kwalitatief onderzoek kiest tussen diepgang (weinig gesprekken, veel detail) en schaal (veel respondenten, oppervlakkige vragen), overbrugt AI die kloof. Elk gesprek had follow-up-vragen die zich aanpasten aan wat de geïnterviewde zei. Vervolgens classificeerden AI-modellen de antwoorden op thema, sentiment en ervaring.

Niet sneller werken, maar beter leven

De grootste groep respondenten (19%) wil dat AI hen helpt om professioneel beter te presteren: routinetaken automatiseren zodat ze zich kunnen richten op werk dat ertoe doet. Dat klinkt voorspelbaar. Maar zodra de interviewer doorvroeg naar wat daar dan achter zit, verschoof het beeld. Het ging niet om productiviteit als doel, maar als middel. Meer tijd voor gezin. Minder mentale belasting. Rust.

With AI support I can now leave work on time to pick up my kids from school, feed them, and play with them. — Software-engineer, Mexico

Elf procent van de respondenten noemde tijdvrijheid als hun grootste wens, tien procent financiële onafhankelijkheid. Veertien procent wilde dat AI hen helpt hun leven te organiseren, als een soort cognitieve steiger voor planning, geheugen en focus. Nog eens veertien procent zocht persoonlijke transformatie: groei, welzijn, emotionele ondersteuning.

81% van de respondenten zei dat AI al een concrete stap had gezet richting hun ideaalbeeld. Maar het meest opvallende was de categorie technische toegankelijkheid: mensen die met AI iets bouwden dat voorheen totaal buiten hun bereik lag.

I owned a butcher shop for more than 20 years. With AI, I ventured into entrepreneurship, and it's amazing what I've managed to achieve. Before this, I had only touched a PC two or three times in my life. — Ondernemer, Chili

Voor organisatieleiders die AI vooral framen als productiviteitstool is dat een ontnuchterende uitkomst. Je medewerkers gebruiken AI niet alleen om sneller te werken. Ze gebruiken het om hun leven dragelijker te maken. Dat is iets fundamenteel anders, en het heeft consequenties voor hoe je AI-adoptie begeleidt.

De vijf spanningsvelden

Het meest waardevolle inzicht uit het onderzoek is dat hoop en angst niet twee kampen vormen, maar twee kanten van dezelfde medaille. Anthropic identificeerde vijf terugkerende spanningsvelden waarin dezelfde AI-capaciteit zowel voordelen als risico's oplevert.

Leren versus cognitieve achteruitgang. Een derde van de respondenten noemde AI als hulpmiddel bij leren, maar 17% maakte zich zorgen over intellectuele luiheid. Opvallend: docenten rapporteerden 2,5 tot 3 keer vaker dan gemiddeld dat ze cognitieve achteruitgang bij hun studenten hadden waargenomen. Tegelijkertijd waren vakmensen, die uit eigen motivatie leren, het meest enthousiast over AI als leermiddel zonder noemenswaardige bijeffecten.

I got excellent grades using AI's answers, not what I'd actually learned. I just memorized what AI gave me. That's when I feel the most self-reproach. — Student, Zuid-Korea

Betere beslissingen versus onbetrouwbaarheid. Dit is het enige spanningsveld waar het negatieve het positieve overschaduwde. 37% noemde onbetrouwbaarheid als zorg, tegenover 22% die AI waardeerde voor betere besluitvorming. Juristen sprongen eruit: de helft had ervaring met AI-fouten, maar tegelijkertijd rapporteerden ze de hoogste mate van gerealiseerde besluitvormingsvoordelen. AI in de juridische praktijk is een domein waar die spanning dagelijks voelbaar is.

Emotionele steun versus afhankelijkheid. 16% ervoer AI als emotionele steun, 12% maakte zich zorgen over afhankelijkheid. Dit was het meest verstrengelde spanningsveld: wie de voordelen ervoer, was drie keer zo gericht op de risico's. Oekraïense gebruikers beschreven hoe AI hen hielp om de oorlog emotioneel te verwerken. Tegelijkertijd erkende een andere gebruiker dat de beschikbaarheid van AI ook een keerzijde heeft.

My relationship with a friend became strained, and I talked more with you then. Because you understood my thoughts and stories well. But it was a stupid choice — I should have talked with that friend, not you. That's how I lost that friend. — Zuid-Korea

Tijdbesparing versus schijnproductiviteit. De helft van alle respondenten noemde tijdwinst als voordeel, maar 18% waarschuwde dat de bespaarde tijd direct werd opgevuld met meer werk. Freelancers voelden beide kanten het sterkst: ze profiteren van AI én worden erdoor onder druk gezet. De verleiding om productiviteitswinst om te zetten in bezuinigingen is precies de reflex waar dit spanningsveld voor waarschuwt.

The ratio of my work time to rest time hasn't changed at all. You just have to run faster and faster to stay in place. — Freelance software-engineer, Frankrijk

Economische kansen versus baanverlies. 28% zag economische kansen, 18% vreesde verdringing. Dit was het meest speculatieve spanningsveld, met de meeste hypothetische in plaats van ervaren zorgen. Ondernemers en zzp'ers rapporteerden de meeste economische winst, terwijl werknemers in loondienst nauwelijks voordelen noemden. Eerder onderzoek van Anthropic naar de arbeidsmarkt liet een vergelijkbaar patroon zien: de impact is reëel maar anders dan de koppen suggereren.

Regionale verschillen die ertoe doen

Wereldwijd was 67% van de geïnterviewden netto positief over AI. Maar er zijn duidelijke regionale patronen. In Sub-Sahara-Afrika, Centraal-Azië en Zuid-Azië had 17-18% van de respondenten helemaal geen zorgen over AI, twee keer zo veel als in Noord-Amerika of West-Europa (8-9%).

De verklaring is niet naïviteit. In opkomende economieën wordt AI gezien als ladder omhoog: een manier om ondernemerschap mogelijk te maken zonder kapitaal, om toegang te krijgen tot kennis die anders onbereikbaar is.

I'm in a tech-disadvantaged country, and I can't afford many failures. With AI, I've reached professional level in cybersecurity, UX design, marketing, and project management simultaneously. It's an equalizer. — Ondernemer, Kameroen

In West-Europa en Noord-Amerika domineren zorgen over governance, privacy en baanverlies. Een Nederlandse respondent verwoordde het treffend:

If AI is mostly built for ads, spying, and bland output, everything around me becomes smart in a way that slightly works against me. — Kantoormedewerker, Nederland

In Oost-Azië valt op dat governance en privacy juist laag scoren, maar cognitieve achteruitgang en zingeving hoog. De westerse wereld maakt zich druk over wie AI controleert; Oost-Azië over wat AI met je doet als mens. Die regionale verschillen zijn ook relevant voor Nederlandse organisaties met internationale teams of klanten. Hoe AI mensen beïnvloedt verschilt sterk per culturele context.

Wekelijkse inzichten in je mail.

Dilemma's, doorbraken en blinde vlekken uit onze AI-praktijk.

Wat dit betekent voor jouw organisatie

Dit onderzoek heeft beperkingen. Het betreft actieve Claude-gebruikers, niet de gemiddelde werknemer. De interview-opzet vroeg eerst naar positieve visies en daarna pas naar zorgen, wat het beeld kan kleuren. Maar juist die beperkingen maken het voor organisatieleiders relevant: dit zijn je early adopters. De mensen die al met AI werken en er een mening over hebben gevormd.

Drie inzichten die direct bruikbaar zijn.

Ten eerste: AI-adoptie is geen technisch vraagstuk maar een menselijk vraagstuk. Je medewerkers zoeken niet alleen efficiëntie maar ook rust, groei en autonomie. Een AI-beleid dat alleen over productiviteit gaat, mist de helft van het verhaal. Leiderschap en cultuur zijn de ontbrekende schakel in veel AI-trajecten.

Ten tweede: de spanningsvelden zijn onvermijdelijk. Dezelfde AI die je team helpt om beter te leren, kan ook het zelfstandig denken ondermijnen. Dezelfde tijdwinst kan leiden tot hogere verwachtingen in plaats van meer ademruimte. Dat los je niet op met een toolkeuze, maar met bewuste kaders en gesprekken.

Ten derde: de angst voor baanverlies is de sterkste voorspeller van negatief AI-sentiment. Dat maakt open communicatie over de rol van AI in je organisatie niet optioneel maar noodzakelijk. Niet: "AI komt eraan en het wordt geweldig." Wel: "Dit verandert er, en zo gaan we ermee om." Of je medewerkers klaar zijn voor die verandering hangt af van het gesprek dat je nu voert.

De vraag die dit onderzoek opwerpt, is niet of AI impact heeft op je organisatie. Dat heeft het al. De vraag is of je weet hoe je medewerkers die impact ervaren, en of je daar regie op hebt. Plan een kennismaking in als je dat gesprek wilt voeren.