Wat AI doet met de functie-eisen van nieuwe medewerkers
PwC onderzocht een miljard vacatures. Niet verrassend: AI-vaardigheidseisen stijgen, maar het echte neveneffect: inhoudelijke beoordeling verschuift naar jongere medewerkers.

PwC publiceerde gisteren de 2026 Global AI Jobs Barometer, een analyse van meer dan een miljard vacatures in 27 landen. De meest opvallende conclusie gaat niet over productiviteitscijfers maar over vaardigheden: de benodigde vaardigheden voor de meest AI-blootgestelde functies veranderen twee keer zo snel als voor de minst blootgestelde functies, een stijging van 75 procent ten opzichte van vorig jaar. En de taken die erbij komen zijn geen technische AI-taken. Het zijn taken die menselijk oordeel vereisen: empathie, context, besluitvorming.
Tegelijk stelt de EU AI Act, die per augustus 2025 van kracht is, al een wettelijke eis aan AI-geletterdheid. Twee ontwikkelingen die elkaar versterken en samen de vraag opwerpen: wat doe je er organisatorisch mee?
Wat het PwC-rapport zegt
PwC onderscheidt twee soorten functies die door AI worden hervormd. Bij de ene categorie neemt AI het routinewerk over, waardoor de mens het complexere, expertgerichte werk overhoudt. Denk aan recruiters die dankzij AI minder tijd kwijt zijn aan het screenen van cv's en meer tijd besteden aan contractonderhandelingen. Bij de andere categorie neemt AI juist het complexe werk over, waardoor de drempel voor de functie daalt. Denk aan voorraadbeheerders: AI beheert de complexe planning, de mens houdt het uitvoerende deel over.
PwC noemt deze twee richtingen "professionalised" en "democratised" functies. De conclusie is helder: functies waarbij de verwachting stijgt groeien twee keer zo snel in aantallen en kennen 42 procent hogere loonstijging dan functies waarbij de drempel daalt. De arbeidsmarkt beloont de opwaartse beweging.
Voor de Nederlandse arbeidsmarkt laat het rapport een bescheiden maar consistente stijging zien: het aandeel vacatures met AI-vaardigheidseisen groeide van 1,5 procent in 2022 naar 2,1 procent in 2025, over alle sectoren.
AI Act: saai, maar wordt in rap tempo relevant
Het rapport zelf zegt niets over verplichtingen. Maar naast de bevindingen van PwC speelt de EU AI Act een rol. Artikel 4 is per augustus 2025 van kracht: elke medewerker die met AI werkt, moet beschikken over voldoende kennis om AI-output kritisch te beoordelen.
Dat is geen precisie-eis met certificaten en examens, maar het is ook geen vrijblijvende aanbeveling. Het betekent dat je aannemelijk moet kunnen maken dat je medewerkers in staat hebt gesteld AI-output te beoordelen op de plek waar ze ermee werken.
En dat is een andere vraag dan "hebben we een e-learning aangeboden?"
Wat geletterdheid in de praktijk betekent
AI-geletterdheid wordt in veel organisaties behandeld als bewustwording: een introductiecursus, een lunch-en-learn, een beleid dat medewerkers moeten ondertekenen. Dat is een begin, maar is het genoeg?
Als bedrijf wil je dat medewerkers AI-output beoordelen in de context van hun werk, niet in de context van een training. Een juridisch medewerker die een samenvatting laat schrijven door een taalmodel, beoordeelt die samenvatting met juridische kennis, niet met AI-kennis. Als die beoordeling faalt, is het zelden omdat de medewerker geen training heeft gevolgd. Het faalt omdat de workflow zo is ingericht dat de controle er niet in zit, of omdat de tijdsdruk zo hoog is dat die controle wordt overgeslagen.
Dat is precies het mechanisme dat we beschreven in het artikel over het jagged frontier-principe: de fouten worden minder zichtbaar naarmate de modellen beter worden, waardoor het risico op onbewust vertrouwen toeneemt op het moment dat men denkt dat alles onder controle is.
AI-geletterdheid als organisatievraagstuk is dan ook geen HR-vraagstuk over wie welke training heeft gevolgd. Het is een procesontwerp-vraagstuk: in welke stappen van welke workflows beslist een mens op basis van AI-output, en is die beslisser in staat dat te doen?
Wekelijkse inzichten in je mail.
Dilemma's, doorbraken en blinde vlekken uit onze AI-praktijk.
Wat dit voor jou betekent
PwC laat zien dat de meest AI-blootgestelde functies zeven keer vaker traditioneel seniore vaardigheden vragen dan de minst blootgestelde. Dat geldt inmiddels ook voor junior medewerkers. De verwachting aan oordeel, contextueel begrip en zelfstandig handelen schuift naar beneden in de organisatie.
Dat heeft twee concrete implicaties. Ten eerste: als je AI integreert in werkprocessen en daarmee de verwachting aan medewerkers verhoogt, moet je ook iets doen met de onboarding, mentoring en begeleiding van die medewerkers. PwC benoemt expliciet dat carrièrepaden worden gecomprimeerd en dat vroeg in de carrière al complexe beslissingen worden verwacht.
Ten tweede: de wet vraagt aantoonbaarheid. Niet alleen een geïnformeerde medewerker, maar een medewerker die in staat is gesteld om AI-output op zijn werkplek kritisch te beoordelen.
Als je nog niet in kaart hebt gebracht welke medewerkers op welke plekken AI-output als basis nemen voor beslissingen, is dat de eerste stap. Niet een training plannen, maar begrijpen waar AI-output de werkelijkheid raakt.
Wil je weten hoe andere organisaties dat in kaart brengen? Plan een kennismaking in.


