Moet je nog investeren in een AI-copilot?

Gartner voorspelt dat bedrijven copilots inwisselen voor AI-platforms die zelfstandig resultaat leveren. Wat betekent dat?

Gert-Jan Lasterie· 6 april 2026· 5 min· de praktijk
Foto: Nano banana pro
Luister het artikel

Generatieve AI bevindt zich in wat Gartner de Trough of Disillusionment noemt: organisaties zijn teleurgesteld in de resultaten van hun eerste experimenten, maar de uitgaven stijgen ondertussen door. Tegelijk voorspelt het onderzoeksbureau dat meer dan de helft van alle bedrijven tegen 2028 stopt met betalen voor copilots en AI-assistenten, en overstapt op platforms die zelfstandig resultaat leveren. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is precies de spanning waar veel organisaties nu in zitten. Dit artikel duidt wat die verschuiving betekent, waarom veel AI-projecten alsnog mislukken, en hoe je voorkomt dat je investeert in technologie die over twee jaar alweer achterhaald is.

De paradox: teleurstelling én recorduitgaven

Gartner plaatst generatieve AI sinds begin 2025 in de Trough of Disillusionment, de fase waarin de eerste teleurstelling intreedt na de aanvankelijke hype. Bedrijven hebben geëxperimenteerd, pilots gedraaid en chatbots uitgerold, maar de resultaten vallen tegen. De wow-factor is weg, de productiviteitswinst lastig meetbaar. Die ontnuchtering is al langer zichtbaar en dwingt organisaties om scherper na te denken over waar AI daadwerkelijk waarde toevoegt.

Toch stijgen de uitgaven. Wereldwijd werd in 2025 naar schatting 644 miljard dollar besteed aan generatieve AI, een groei van ruim 76 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Gartner verwacht dat die uitgaven tot minstens 2028 blijven groeien. Deels doordat AI inmiddels standaard is ingebouwd in smartphones, laptops en bedrijfssoftware. Je koopt het mee, of je het nu actief gebruikt of niet. Maar er is een belangrijker verschuiving gaande.

Van assistent naar uitvoerder

De kern van Gartners meest recente voorspelling, gepubliceerd op 2 april 2026, is dat bedrijven hun geld anders gaan besteden. Meer dan de helft van alle bedrijven zal tegen 2028 stoppen met betalen voor wat Gartner "assistive intelligence" noemt: copilots die je helpen bij het schrijven van een e-mail, slimme adviseurs die een samenvatting maken, chatbots die een vraag beantwoorden.

In plaats daarvan verschuift het budget naar platforms die resultaten in workflows garanderen. Het verschil zit niet in de vraag of AI een feature is, maar of AI de bevoegdheid heeft om acties uit te voeren binnen de systemen van de organisatie. Een copilot stelt een antwoord voor. Een agentisch platform verstuurt het antwoord, werkt het CRM bij en plant de vervolgactie in. Die verschuiving van experiment naar productie is al bezig, maar krijgt met deze Gartner-voorspelling een duidelijke horizon.

Die overgang verandert de rol van de medewerker. Mensen gaan van "werk uitvoeren met procedurele software" naar "toezicht houden op intelligente systemen die namens hen handelen." De mens wordt regisseur, het systeem de uitvoerder. Dat heeft directe gevolgen voor hoe je je organisatie inricht, welke vaardigheden je team nodig heeft, en hoe je stuurt op kwaliteit en verantwoordelijkheid.

Vier op de tien projecten mislukken

Tegelijk waarschuwt Gartner dat meer dan 40 procent van alle agentic AI-projecten vóór eind 2027 wordt geannuleerd. De redenen: oplopende kosten, onduidelijke businesswaarde en onvoldoende risicobeheersing. Veel van wat nu als "agentic AI" wordt verkocht, is in werkelijkheid een bestaand product met een nieuw label. Gartner noemt dit "agent washing": chatbots, RPA-tools en AI-assistenten die worden hermerkt als autonome agenten zonder dat de onderliggende capaciteiten wezenlijk zijn veranderd. Van de duizenden leveranciers die zich agentic noemen, zijn er volgens Gartner slechts zo'n 130 die dat label waarmaken.

Het probleem zit niet in de technologie zelf, maar in de toepassing. Veel organisaties starten met een pilot die een individuele taak automatiseert, zoals het schrijven van offertes of het samenvatten van vergaderingen. Dat levert tijdwinst op, maar geen structurele verandering. De echte waarde ontstaat wanneer AI niet één taak overneemt, maar een heel proces orkestreert: van signaal tot actie, over meerdere systemen heen, met ingebouwde controle en verantwoording. Dat vraagt om een fundamenteel andere kijk op software dan de SaaS-modellen waar de meeste organisaties nu op draaien.

Wat dit betekent voor Nederlandse organisaties

Voor middelgrote organisaties in Nederland is de les tweeledig. Ten eerste: als je nu investeert in een copilot die medewerkers helpt bij losse taken, bereid je dan voor op het feit dat die investering een beperkte houdbaarheid heeft. Gartner verwacht dat softwarebedrijven die AI als laag over bestaande applicaties blijven plakken, tegen 2030 te maken krijgen met margecompressie tot 80 procent. Dat betekent dat de leveranciers van je huidige tools onder druk komen te staan om hun aanbod fundamenteel te herzien. De vraag is niet of dat gebeurt, maar wanneer.

Ten tweede: als je overweegt om te investeren in agentische AI, doe dat dan alleen waar je een helder proces kunt afbakenen met meetbaar resultaat. Begin niet met de technologie, maar met de workflow. Welk proces kost nu disproportioneel veel tijd? Waar zitten herhalende beslismomenten die een systeem betrouwbaar kan overnemen? En welke governance heb je nodig om een autonoom systeem verantwoord te laten draaien? Die vragen staan centraal voordat je überhaupt een AI-project start.

De organisaties die het beste uit deze transitie komen, zijn niet degenen die het snelst adopteren. Het zijn de organisaties die helder hebben waar de waarde zit, die processen herontwerpen in plaats van tools stapelen, en die regie houden over wat AI wel en niet mag doen.

Wekelijkse inzichten in je mail.

Dilemma's, doorbraken en blinde vlekken uit onze AI-praktijk.

De juiste vraag voor de boardroom

De verschuiving van copilots naar agentische platforms is geen technologische trend die je kunt afwachten. Het is een structurele verandering in hoe software waarde levert. De vraag die je als directie zou moeten stellen is niet "welke AI-tool kopen we?", maar "welke processen willen we herontwerpen, en welke mate van autonomie zijn we bereid te delegeren?"

Wie die vraag nu stelt, heeft twee jaar om een fundament te leggen. Wie wacht tot de markt zich heeft uitgekristalliseerd, begint straks met een achterstand. Wil je weten hoe je bepaalt welke processen zich lenen voor autonome AI? Plan een kennismaking in, we denken graag mee.