Waarom één AI-model niet genoeg is voor media
Bedrijven gebruiken gemiddeld veertien AI-modellen voor beeld en video. De winst zit in het ketenen, niet in de alleskunner.

In de wereld van taalmodellen domineren drie spelers bijna negentig procent van de markt. Bij generatieve media voor beeld en video is het landschap compleet anders. Bedrijven die serieus met AI-gegenereerde beelden en video's werken, gebruiken gemiddeld veertien verschillende modellen door elkaar. Dat klinkt chaotisch, maar het is een bewuste keuze. Uit het jaarlijkse State of Generative Media-rapport van Andreessen Horowitz blijkt dat specialisatie hier de norm is geworden.
Veertien modellen, en dat is logisch
De reden voor die versnippering is simpel: elk model heeft zijn eigen sterktes. Het ene genereert fotorealistische portretten, het andere is goed in beweging of animatie, weer een ander verwijdert achtergronden of past kleuren aan. Een marketingteam dat een campagnebeeld nodig heeft, zet misschien drie of vier modellen achter elkaar in: genereren, bijsnijden, opschalen, stijl toepassen. Die keten van stappen, elk met een eigen gespecialiseerd model, levert betere resultaten op dan één generiek systeem dat alles tegelijk probeert.
Dat patroon herkennen we breder in AI. De echte innovatie zit vaak in het proces, niet in het model zelf. Wie alleen kijkt naar de kracht van het individuele model mist dat de waarde ontstaat in de verbinding tussen stappen.
Orkestratie als concurrentievoordeel
Volgens het a16z-rapport verschuift het concurrentievoordeel daarmee van het model naar de infrastructuur. De organisaties die het verst zijn, bouwen unified API's, workflow-systemen en queue management waarmee ze elke paar weken een nieuw model kunnen inpluggen zonder hun productielijn te verstoren. Dat vereist een ander type investering dan het kiezen van één leverancier.
Er zit ook een kostenkant aan. Niet elk beeld hoeft uit het duurste model te komen. Voor productfoto's op schaal volstaat een snel en goedkoop model. Voor hero-beelden in een merkcampagne haal je het premiummodel van de plank. Die strategische keuze per use case, snelheid versus kwaliteit, bepaalt of AI-beeldproductie rendabel wordt.
Wekelijkse inzichten in je mail.
Dilemma's, doorbraken en blinde vlekken uit onze AI-praktijk.
Wat dit betekent voor Nederlandse organisaties
De les reikt verder dan mediabedrijven. Elke organisatie die met generatieve AI werkt, staat voor dezelfde vraag: investeer je in één alleskunner of bouw je een orkestratielaag die gespecialiseerde tools combineert? In gaming, e-commerce en advertising kiezen steeds meer teams voor dat tweede pad. De vraag is of je infrastructuur daar klaar voor is, en of je team de vaardigheden heeft om een productielijn van AI-modellen te beheren in plaats van één tool te bedienen.


